|
Pater Karel Houben
Johannes Andreas Houben (1821-1893) werd geboren als vierde kind in een molenaarsgezin in Munstergeleen. Als kind wilde hij al priester worden, en ofschoon het studeren hem zwaar viel bleef hij volhouden. In 1840 moest hij in militaire dienst, die tot 1845 zou duren, maar een goede militair zou hij nooit worden.
Tijdens de diensttijd hoorde Johannes Andreas over de Passionisten en hij besloot in te treden bij deze congregatie. In november 1845 meldde hij zich bij het klooster van de Passionisten in Ere (België) en nam de naam "Karel van St. Andries" aan. Vijf jaar later werd hij priester gewijd en na twee jaar werd hij uitgezonden naar Engeland. Hier kwam hij in aanraking met verpauperde, uit Ierland afkomstige, fabrieksarbeiders en mijnwerkers. In 1857 werd Karel Houben overgeplaatst naar het pas gestichte klooster "Mount Argus", in een buitenwijk van Dublin. Hier zette hij zich opnieuw in voor de allerarmsten en trootte de zieken. Soms kwamen er per dag honderden zieken naar hem toe om gezegend te worden. Hierdoor kreeg hij de bijnaam "De Pater met de zegenende handen" en zijn bekendheid verspreidde zich over heel Ierland. Na zijn dood werd zijn graf meteen een bedevaartsplaats.
|